Why vegan?

Ten eerste: ik ben geen vegan. Niet alleen omdat ik nog steeds leren schoenen draag en heus niet bij álles check of er niet stiekem eipoeder ingeslopen is. Maar ik ben een ontzettende carnivoor. En een bourgondiër. Als je mij lyrisch wilt krijgen, moet je over de smaak van duiven beginnen. Ik hou van vlees. Ik was verslaafd aan kaas. Ik kies er alleen dagelijks voor om het niet te eten.

Voor mij gaat veganisme over vrijheid en over rijkdom. Over vrijheid om te kunnen kiezen en over de rijkdom om alternatieven te hebben voor vlees en dierlijke producten. Een heleboel mensen hebben die alternatieven niet. In Nederland zitten we, wat dat betreft, gebakken. De vrijheid om te kunnen kiezen, zit ‘m niet alleen in de keuzevrijheid van het winkelschap, maar vooral in je eigen gewoonten, je patronen en je gevoel. Hoe ‘vast’ zit je daarin? En die rijkdom zit niet alleen in het fysieke aanbod, maar het gaat ook over de rijkdom van je eigen gevoel. Hoe groot is die? En voor wie of wat allemaal?

Voor mij werd plantaardig eten pas een optie toen ik ‘op dieet moest’. Met een dieet waar geen koeien-zuivel en rood vlees meer in zat, at ik ineens alleen nog maar kip en vis en lichte geiten- en schapenkaasjes. Ik voelde: dit kan ik best missen. Dat gevoel had ik daarvoor nog nooit gehad.

Pas daarna gaat veganisme voor mij over liefde en over compassie.

Want natuurlijk ben ik niet plantaardig gaan eten omdat ik ‘iets kon missen’. Ik eet vooral geen vlees meer omdat ik elk dier het leven van mijn huisdier gun. Of dat van een wilde tijger in een prachtig reservaat.

Daarnaast werd het voor mij moeilijker om onderscheid te maken tussen mijn huisdier en dat wat er op mijn bord lag. Maar dit ging helemaal onbewust en bijna ongemerkt. Ik ging menselijke eigenschappen in mijn huisdier zien en daarmee ook in dieren die we voor eten fokken.

Dat merkte ik pas doordat ik hierover begon te dromen.

Als je zelf nog vlees eet – én als je zeker weet dat je nooit veganistisch of vegetarisch wilt worden – dan raad ik je aan om nu gewoon niet meer verder te lezen.

Het voelt trouwens achterlijk om je dromen op Internet te zetten, maar omdat ze zo sterk waren, doe ik het toch.

  • In mijn eerste droom, was Gozer, mijn kat, een volwassen man. Ik heb nog nét niet zijn gezicht gezien, maar het was een stevige vent met zwart haar en een grijs t-shirt. Hij had de verstandelijke vermogens van een 4 jarige en we waren gek met elkaar. In mijn droom gaven we elkaar een dikke knuffel en ik hoorde andere mensen praten over ‘hoe bijzonder onze vriendschap was.’
  • In de tweede droom was ik bevriend met een zeldzaam aapje. Het was een aapje dat bijna uitgestorven was en dat normaal helemaal niks van mensen moest hebben. We hadden dezelfde band als ik nu met Gozer heb, alleen was het in deze droom dus extra bijzonder omdat dit dat zeldzame, schuwe aapje was. In die droom kreeg ik honger en ik werd wakker toen ik mijn aapje zijn nek om aan het draaien was.
  • In de derde droom, droomde ik dat er een groep kinderen een stal bezocht waar kleine varkentjes gefokt werden, om ze te kunnen eten. Alleen in deze droom waren de biggetjes geen varkens, maar ‘andere kinderen.’ Kinderen die ontzettend dik waren, die we nauwelijks hadden leren lopen en ook niet hadden leren praten. Maar onderling hadden ze wel een taal ontwikkeld en ik verstond ze. Ik hoorde er eentje tegen een ander zeggen dat die ander volgens hem we klaar voor de slacht zou zijn, maar die ander wilde daar niks van weten. Hij had een waterdicht argument als weerwoord. Hij zei: “Nee, want ik moet eerst nog beter leren bijten, zodat ik degene die me straks komt halen hard in zijn hand bijten kan!” (Wat kennelijk eens soort gewoonte was.)

Van deze dromen werd ik lichtelijk verontrust wakker; en de dromen bleven bij me. Ze werkten op me in. Soms zijn dromen echter dan echt.

Maar nog steeds ben ik een carnivoor! Ik kon in de winkel een doos worsten openmaken, en er dan zowat in willen liggen omdat ik het zo lekker vond ruiken. En als ik in Frankrijk door kleine dorpjes loop, en er is niks of weinig anders, dan schakel ik vrij moeiteloos over op kaas en ei.

En ik ken ook mensen die zelf jarenlang vegetarisch of veganistisch waren en die toch weer vlees zijn gaan eten, omdat ze het gevoel hadden dat het goed voor ze was. Ik durf ook nooit te zeggen dat ik dat nooit meer zal doen. Sterker, ik gun mezelf absoluut kippenbouillon als ik ziek ben. Alleen heb ik het tot nu toe nog niet nodig gehad, en daarnaast heb ik ook plantaardige soep gegeten die ik minstens net zo goed vond.

Punt is vooral dat we elkaar niet ‘kunnen bekeren’.

In heel veel ‘vegan groepen’ heerst het idee alsof we allemaal verantwoordelijk zijn voor het gedrag van andere mensen. Alsof vegans voortdurend iedereen moeten corrigeren of terecht wijzen – haast alsof ze bij de Jehova’s zijn gegaan. Veel vegans voelen zich ook persoonlijk gekwetst als een vriend voor zijn neus een dier opeet.

Volgens mij kun je iemand niet verwijten dat ‘ie niet vrij genoeg is, of niet rijk genoeg, om een andere keuze te maken. Ik kan iemand hooguit inspireren door mijn vrijheid, rijkdom en compassie te laten zien, maar daarvoor moet ik de ander juist helemaal in zijn eigen proces erkennen, begrijpen en in zijn waarde laten. En dat lukt niet door ‘m zijn eigen gevoel te misgunnen.

Laten we de compassie die we voor dieren hebben, uitbreiden naar mensen, is mijn voorstel. Ik word ook niet boos op mijn kat als die met een muis thuis komt. En als je toch kip eet: vlak voordat ik besloot om ze te laten ontsnappen, had ik het ultieme kipgerecht ontdekt! Doro Wat, en dan volgens Nom Nom Paleo, die hier de echte, authentieke Ethiopische te pakken heeft. Je moet er even een plaatselijke toko voor plunderen, een kruidenmix voor maken, een halve dag vrij voor nemen en alle ramen en deuren urenlang tegen elkaar willen open zetten, want anders houd je het in je eigen huis niet uit, maar dan heb je ook zó’n lekker en met veel liefde gemaakt kippetje, dat je bijna…

Doro Oesterzwam! Hoe zou dat zijn?